Item uit aflevering van ‘Stegeman op de Bres’ moet verwijderd worden, oordeelt rechter
Alberto Stegeman en SBS/Talpa dienen een item uit een aflevering van de serie ‘Stegeman op de Bres’ niet verder te verspreiden of herhalen en het item in kwestie moet van het internet verwijderd worden, zo oordeelde de rechtbank in Amsterdam onlangs.
De zaak draait om de verkoop van een expeditietruck, die volgens de kopende partij niet aan de eisen voldoet, blijkt uit een onlangs gepubliceerd rechtbankvonnis. De kopende partij spande daarop een rechtszaak aan tegen het bedrijf, maar nam ook contact op met ‘Stegeman op de Bres’, dat vervolgens een uitzending aan de zaak wijdde.
In de uitzending lokt een ingehuurde acteur de directeur van het bedrijf naar de openbare weg, waar hij met een draaiende camera ‘geconfronteerd’ wordt. De verkopende partij wordt in het programma afgeschilderd als een ‘oplichter’ en er worden diverse beschuldigingen gedaan over de staat van de expeditietruck in kwestie, zonder dat deze onderbouwd worden. Als gevolg van de uitzending loopt het bedrijf inkomsten mis.
De voiceover van het programma suggereert dat het programma mensen helpt die ‘niet direct door politie of instanties geholpen worden’, maar omdat de kopende partij ook al een civiele rechtszaak hebben aangespannen, vindt de rechtbank dat zij ‘hun recht wel degelijk kunnen behalen’ zonder hiervoor in zee te gaan met het televisieprogramma.
‘Boodschapper’
Talpa en televisieproducent Noordkaap zijn in de rechtbank van mening dat Stegeman slechts de rol van ‘boodschapper’ vervult en hij zelf ‘geen beschuldigingen uit’ jegens de verkopende partij, maar de rechter gaat hierin niet mee. Want in voice-overs zegt Stegeman – onder andere: ‘Wij sporen hem op. En we gaan de confrontatie aan. Het gaat om een kwart miljoen. De slachtoffers zijn ten einde raad en hebben dringend hulp nodig’.
Direct na de ‘confrontatie’ spreekt Stegeman de voicemail in van de verkopende partij en zegt daarbij, onder meer: ‘Wij willen het gesprek aan met jou om dit op een hele normale manier op te lossen. Je bent er nu vandoor gegaan. […]. Wij stoppen hier niet […]. We houden je in de gaten’. Deze uitspraken wekken de suggestie dat de verkopende partij een ‘oplichter’ is, aldus de rechter.
De uitzending wekt bovendien de suggestie dat de verkopende partij niet in gesprek wil gaan met de kopers over de gebreken van de truck, terwijl dat in praktijk niet zo blijkt te zijn. Stegeman heeft voorafgaand de ‘confrontatie’ ook geen ‘enkele poging gedaan’ om ‘op een normale manier’ in gesprek te gaan met de verkopende partij, oordeelt de rechtbank. De andere ‘gedupeerde’ die wordt opgevoerd in de uitzending als ‘slachtoffer’ van het bedrijf blijkt de verkoopovereenkomst met het bedrijf zelf te hebben ontboden en kan dus in de ogen van de rechter niet genoemd worden als ‘slachtoffer’.
Het televisieprogramma bood slechts de mogelijkheid tot ‘wederhoor’ nadat de ‘confrontatie’ eenmaal plaats had gevonden, en daarmee was ‘de toon dus al gezet’, aldus de rechter. Ondanks dat de verkopende partij in het programma (deels) geanonimiseerd is, wordt de bedrijfsnaam wel genoemd. Als gevolg daarvan lijdt het bedrijf serieuze economische schade en ontvangt het geen orders meer.
Het item in het programma is ‘onrechtmatig’, oordeelt de rechter, en daarom wordt het Talpa en de televisieproductiemaatschappij verboden om de uitzending op welke wijze dan ook te herhalen of te verspreiden. Ook dient de uitzending van de website verwijderd te worden, moet Talpa een verzoek indienen bij Google om de betreffende webpagina’s over de uitzending uit de cache van Google te verwijderen en moeten alle berichten over de uitzending van het programma verwijderd worden van sociale media. Dit alles met een dwangsommen variërend tot een maximum van 50 duizend euro per overtreding. De schadevergoeding van 25 duizend euro voor ‘immateriële schade’ en 75 duizend euro aan ‘materiële schade’ worden wel afgewezen door de rechter.


Praat mee