— zaterdag 5 oktober 2024 18:40 | 0 reacties , praat mee

25 jaar Volkskrant Magazine: Van mislukte kleurenbijlage tot succesnummer

25 jaar Volkskrant Magazine: Van mislukte kleurenbijlage tot succesnummer
Aimée Kiene (staand) en Barbara van Beukering - © Lin Woldendorp

De een bedacht het format dat Volkskrant Magazine tot een succes maakte, de ander staat nu aan het roer: een gesprek met Barbara van Beukering en Aimée Kiene over relletjes, rubrieken en de lol van het bladenmaken. ‘Iedere middag om vijf uur plopten de blikjes bier open en gingen we samen kijken naar het nummer in wording.’ Laatste wijziging: 12 november 2024, 15:46

In Café Restaurant Amsterdam, waar Barbara’s dochter mede-eigenaar is, zijn beide vrouwen duidelijk kind aan huis. Er wordt wat afgezwaaid en gegroet, naar personeel en andere gasten (onder wie Splinter Chabot, die een tafel verder in zijn eigen interview zit). We zitten hier om het te hebben over Volkskrant Magazine, dat maar liefst 25 jaar bestaat. Dit feit wordt groots gevierd met een feest en een vuistdik koffietafelboek. Er blijkt nogal wat veranderd sinds die eerste editie.

In het voorwoord dat toenmalig hoofdredacteur Pieter Broertjes schreef voor de eerste editie van 1999 staat: ‘Een magazine dat serieuze aandacht heeft voor alle aspecten van het leven, relevant is en onderhoudend’. Is dat gelukt, denken jullie?
Barbara van Beukering, gierend van het lachen: ‘Hij had volgens mij geen idee waar hij aan begon’.
Aimée Kiene: ‘Het is ook wel heel algemeen. Iedereen die een blad maakt wil dat het relevant is en leuk om te lezen. Ik heb die eerste editie uitgebreid bekeken toen we het jubileumboek maakten en er stond ook ergens iets over “het journalistieke metier uitbreiden met een kleurenmagazine”; dat woord vond ik erg grappig. De krant was toen nog broadsheet natuurlijk, en vooral zwart-wit, dus dit voelde waarschijnlijk als een revolutie.’

Barbara, jij begon bij het magazine in 2002, hoe ging dat?
‘Ik was de vierde chef, nadat het magazine in 1999 begon. Het kostte onwaarschijnlijk veel geld, er stond geen advertentie in en de lezers vonden het verschrikkelijk. “Een kappersblaadje”, werd het genoemd. Martin Bril heeft Pieter Broertjes er uiteindelijk van overtuigd dat hij er een bladenmaker op moest zetten. Toen kwam ik in beeld, als laatste redmiddel. Er werd gezegd: “als het jou niet lukt, trekken we de stekker eruit”.

Wat was je plan?
BvB: ‘Als ze krantenverhalen hadden met veel beeld erbij dacht men: dat kan mooi in het magazine. En dat was zo’n beetje het concept. Ik heb een bladformule gemaakt, inclusief de ijkpersonen waar we als tijdschriftenmakers toen zo dol op waren. Een groot interview, twee columns, rubrieken; de hele ratsmodee. De eerste weken moest ik met mijn moodboards langs alle deelredacties om het te presenteren.’
AK: ‘Dat weet ik nog! Ik liep stage en werkte boven in de Wibautstraat, het magazine zat beneden. In die toch wel erg stoffige omgeving verscheen opeens Barbara in een mooie jurk en op hakken. Dat zij ook bij de krant werkte vond ik heel fijn om te zien. Je hoefde dus niet per se een oudere witte man te zijn om succesvol te worden in de journalistiek.’
BvB: ‘Nou, diezelfde mannen vonden het vreselijk toen ik mijn voorstelronde maakte. Ze noemden het marketingtaal, het werd absoluut niet als journalistiek gezien.’

Hoe was dat voor jou Barbara?
‘Vanuit de hoofdredactie was het “god zegene de greep”, maar ze gaven me wél een oprechte kans. Met de redactie zat het anders. Toen ze hoorden dat ik hun chef werd organiseerden ze zelfs een hand­tekeningenactie om mijn aanstelling te voorkomen. Omdat ik het zelf toch wel geinig vind om dat nu terug te lezen heb ik het even opgesnord.’

Barbara rommelt wat in haar tas en haalt er een uitgeprint a4tje uit.

‘Het was geschreven door Ben Haveman, een topjournalist van de Volkskrant die het Gouden Pennetje had gewonnen. Alleen al deze zin: “Het is alsof je van een LOM school een onderwijzer in macramé wegrukt om directeur van een gymnasium te laten worden”.

De brief vervolgt: “Ik vind de beslissing een onvoorstelbare beslissing en minachting voor het hier aanwezige talent en journalistiek vakmanschap. Zonder dat wij er ook maar iets aan kunnen doen wordt ons iets opgelegd wat in strijd is met ons idee van een kwalitatief hoogwaardig magazine maken.”

De hele redactie had het ondertekend, behalve Altan Erdogan, want die moest mijn adjunct worden.’

Niet bepaald een warm bad.
‘Wat scheelde is dat Pieter Broertjes dit document voor hun neus heeft verscheurd toen ze het bij hem kwamen voorlezen.

“Wij bepalen wie jullie leidinggevende wordt en wie het niet bevalt, die gaat maar weg”, zei hij.

Dat vond ik ontzettend flink van hem. Die eerste week was echt afschuwelijk. Zat ik daar, met allemaal mensen aan de vergadertafel die hun armen over elkaar deden en weigerden om met me te praten. Op een gegeven moment heb ik gezegd: zó gaan we het doen, of jullie moeten betere ideeën hebben. Nou, die hadden ze dan ook weer niet.

Schoorvoetend kwam er beweging in. Ik startte in september en op 8 maart 2003 kwam het eerste vernieuwde magazine uit met Kim van Kooten op de cover. De redactie was nog steeds sceptisch, maar het werd een succes. Echt metéén. Adverteerders kwamen, de reacties van lezers waren goed. Rozemarijn de Witte, die op dat moment bezig was met het opzetten van LINDA., belde me om te vragen hoe we het aanpakten: VK magazine was hun grote voorbeeld. Uiteraard draaiden de tegenstanders om als een blad aan een boom, toen ze zagen dat het werkte. Uiteindelijk heb ik er een waanzinnig leuke tijd gehad. En vijf jaar later stonden sommige van de redacteuren die ooit zó tegen me waren met tranen in hun ogen bij mijn afscheidsborrel.’

José Rozenbroek volgde je op, daarna Corinne van Duin en in 2018 Aimée. Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?
BvB: ‘Volgens mij kwam je vaak langs bij onze borrels toch? Ik had een aparte ruimte bedongen voor het magazine omdat ik een plek wilde die los stond van de krant. Ik zei een keer bij de maandagvergadering, waar alle chefs aanschoven, dat ik niet was begonnen aan een stuk omdat het alleen tekst was, met een piepkleine zwart-witfoto. Iedereen keek me aan in shock en iemand zei: “Maar Barbara, de échte Volkskrantlezer houdt van letters”. Als ik op die krantenredactie had moeten zitten, was het nooit wat geworden.’
AK: ‘Ik zie nog zo de bank voor me die je op de redactie had staan’.
BvB: ‘Zelf gekocht bij de kringloop en laten bezorgen, want dat mocht eigenlijk niet van HR. Net als het koelkastje dat ik ergens had opgesnord en naast de bank zette. Daar tegenover hingen we de plank op en iedere middag om vijf uur stopten we met werken, gingen we op die bank zitten, plopten de blikjes bier of fris open en dan gingen we samen kijken hoe het ervoor stond. Dat was een strakke deadline want om half zes moesten er mensen hun kinderen op gaan halen van de BSO. Dus als ik om vijf nog aan de telefoon hing werd er naar me gebaard dat ik op moest schieten.’
AK: ‘Het was echt gezellig, dus ik vond het heel leuk toen ik na je vertrek een tijdje Steffie Kouters verving, omdat zij jouw rol ad interim vervulde. Vervolgens schreef ik over jeugdzorg, toen schoof ik op naar de bijlages en heb ik lang bij V gewerkt als coördinator. Op een gegeven moment dacht ik: nu wil ik wel weer volledig gaan schrijven óf ergens chef worden. En toen kwam die plek opeens vrij. Ik doe het nu zes jaar en volgens mij is het oprecht de leukste baan die er is.’

Interview loopt door onder de foto (beeld Lin Woldendorp).

Wat voor blad erfde je?
AK: ‘Sinds Barbara de formule aanscherpte staat het magazine stevig in z’n schoenen. Iedere chef voegde eigen dingen toe maar de titel is in de basis hetzelfde gebleven. Natuurlijk had ik ook mijn eigen ideeën, zo wilde ik het graag weer wat journalistieker maken. Zorgen dat je er iets van opsteekt en dat het ook écht goed geschreven is.’

Je hoort wel eens dat krantenmagazines de rol van opiniebladen hebben overgenomen, wat vinden jullie daarvan?
BvB: ‘Ik vind het heel flauw dat krantenbijlagen de schuld krijgen van de teloorgang van opiniebladen. Volkskrant Magazine is absoluut geen opinieblad, volgens mij hebben die bladen vooral zelf niet op tijd ingegrepen om mee te gaan met veranderende tijden.’
AK: ‘Het is wel zo dat er nu een gigantisch aanbod aan informatie is waar je mee concurreert. Maar daar heeft elk magazine last van. Als je in het weekend een dikke krant hebt en daar dan bijvoorbeeld ook nog Vrij Neder­l­and of De Groene Amsterdammer bij wil lezen; waar haal je de tijd vandaan?’

Hoe is de verhouding met de krant, overleggen jullie vaak?
AK: ‘Ik overleg vooral met de mensen van de V-bijlage. Zij maken iets dat best dicht zit bij wat wij doen. Ik vind kruisbestuiving een stom woord, maar dat is wel wat het is. Ook vind ik het fijn als collega’s van andere redacties vanuit hun specifieke kennis voor het maga­­zine schrijven. Zoals toen wetenschapsjournalist Maarten Keulemans over intermittent fasting schreef.’

Zit daar geen concurrentiestrijd in?
AK: ‘Ik ben wel van het idee dat we met z’n allen voor één krant werken. Kunnen wij Salman Rushdie interviewen, dan wil Wilma de Rek van de boekenpagina dat vast ook en moeten we overleggen. Soms wil ik iets écht graag en dan doe ik wel mijn best om het voor elkaar te krijgen, zo is het dan ook weer.’
BvB: ‘Het kwam bij mij soms voor dat een bepaalde chef het magazine niks vond, dan had ik het nakijken als het ging om interviews. Maar ik had ook mensen als Frank Poorthuis, chef Den Haag, waarmee ik brainstormde over welke politici goed pasten bij het magazine. Zo konden we Geert Wilders interviewen en Ayaan Hirsi-Ali, terwijl de politieke redactie dat vast ook had gewild. Daarbij hadden we de stelregel: in het magazine moet het portretterend en persoonlijk, in de krant gaat het over politiek.’

Hoe is de samenwerking met online? Je moet op de homepagina best lang zoeken voordat je het magazine tegenkomt.
AK: ‘Klopt. Ik ben daar hard mee bezig geweest maar technisch blijkt het ontzettend ingewikkeld om dat anders in te richten. Het nieuws moet elke dag mooi gepresenteerd worden, wat ik snap. Met een beperkte bezetting is er dan niet altijd tijd om ook mijn restaurantrubrieken uit te lichten. Dat vind ik soms wel lastig bij het bedrijf, je moet veel zelf zien te regelen met een steeds kleiner geworden clubje.
BvB: ‘Hoe groot is jouw redactie nu?’
AK: ‘Er zijn negen mensen in dienst’.
BvB: ‘Ik had er volgens mij een stuk of dertien’.

Dat verschil valt nog mee.
AK: ‘Nou, vier mensen erbij zou voor mij veel uitmaken. Barbara had bijvoorbeeld nog een redactie-assistent. Elke week 72 pagina’s maken is écht veel werk. En dan deze zomer ook nog het jubileumboek erbij produceren.’

Hoe was het om dat samen te stellen?
AK: ‘Heerlijk om al die magazines door mijn handen te laten gaan. Sommige dingen zijn gedateerd, zoals advertenties voor sigaretten of grote interviews met mensen die je amper nog kent. Maar ik zag ook veel dat er nu nog steeds zo in zou kunnen.’
BvB: ‘Dat krijg je met een magazine dat staat als een huis. Soms een verfje vervangen of een dakkapelletje erop en je kunt weer even vooruit.’

Nu we het toch hebben over vernieuwen: laatst was er een relletje rondom het vertrek van columnist Eva Hoeke. Hoe heb je dat ervaren Aimée?
‘In zes jaar tijd zijn er allerlei columnisten gekomen en gegaan: Arnon Grunberg als “seksrabijn des vaderlands”, Joy Delima, Robert Vuijsje, Kasper van Kooten. Dit was de eerste keer dat het gedoe opleverde nadat ik de beslissing nam om met iemand te stoppen. Dat vond ik absoluut niet prettig, maar tegelijkertijd is het soms gewoon nodig om die beslissingen te nemen. Dát VK Magazine nog bestaat is omdat het blad beweegt. Iemand moet die keuzes maken en in dit geval ben ik dat, so be it.’

Wat vond je van haar kritiek, dat VK magazine een Randstedelijk vriendenclubje is?
‘Ik begrijp dat het voor haar niet leuk was dat de column stopte, maar ik heb de beslissing weloverwogen genomen en sta daar nog steeds achter. Verder heb ik weinig behoefte om in te gaan op zaken die alleen op sociale media zijn geroepen. Als ze dat tegen mij had gezegd, had ik het er uiteraard met haar over willen hebben. Maar ik herken me er absoluut niet in.

We zijn er juist heel scherp op dat mensen in reportages uit het hele land komen: de Volkskrant is niet voor niets een landelijke krant. Dat hij gemaakt wordt vanuit Amsterdam brengt met zich mee dat veel collega’s in die regio wonen. Het belangrijkste daarbij is dat je een brede blik houdt en je realiseert dat Amsterdam niet het centrum van de wereld is.’

Aimée Kiene (1978) is sinds 2018 chef bij Volkskrant Magazine. Ze werkt vanaf haar afstuderen al bij de krant, waar ze verslaggever op meerdere redacties was en coördina­tor van de bijlage V.

Barbara van Beukering (1966) was onder andere hoofdredacteur van Blvd., voordat ze als chef bij VK Magazine terecht kwam in 2002. Na haar vertrek was ze hoofdredacteur van Het Parool en schreef ze verschillende boeken.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee