Achtergronden
Restylen om te overleven
woensdag 5 november 2008
Dat kranten keihard werken om een zo goed mogelijk product te maken, daar twijfelt winnares Geertje Röling van de Scriptieprijs De Journalist (HBO) niet aan. Maar, rijst bij haar de vraag, leidt de moderne restyling ook altijd tot de beoogde meerwaarde?
Erik Terlouw leunt achterover en roept verbaasd: ‘Waarom interesseer je je nog voor de papieren krant? Dat is toch allang een antiek medium. Dat geploeter met die krantjes is straks gewoon uitgestorven.’
Terlouw werd in 1986 de eerste art-director bij een krant in Nederland. Hij was jarenlang verantwoordelijk voor een experimentele en vooruitstrevende vormgeving om Trouw van haar stichtelijke imago te ontdoen. In de krantenwereld, waar destijds amper degelijke discussies over uitstraling en vormgeving werden gevoerd, was nog veel te bereiken.
Dat was toen. Inmiddels spelen er andere thema’s. Zo is de concurrentie van andere media groter en kiest de gehaaste jonge consument steeds minder vaak voor de papieren krant. Het verankerde kranteninstituut is aan het wankelen en zoekt krampachtig naar oplossingen.
Op de huidige redacties is het vertrouwen in de meerwaarde van het traditionele papier misschien wel groter dan ooit. ‘Wij zijn slowfood’, probeert Martin Huisman (De Morgen) me duidelijk te maken, ‘de krant als aloude meneer die je gidst in deze hyperactieve informatiecultuur’. Helemaal mee eens zeggen ook de mensen van nrc.next. Ook zij maken voor de lezer een duidelijke keuze wat belangrijk is en leggen uit hoe de ingewikkelde wereld in elkaar zit.
‘Onzin, daar zit de snel verveelde postmoderne jongere helemaal niet op te wachten’, moeten kranten als Spits en DAG gedacht hebben. De consument kiest zelf wel wat hij wil lezen en belangrijk vindt. Onder de noemer infotainment gaan deze kranten juist mee in de schreeuwerigheid en de drukte die ons dagelijks omringt. DAG zette in op de zogenaamde mediamix; de krant op je mobiel, narrowcasting, internet en papier. Aan het gratis dagblad kwam vorige maand een eind. De concurrentie bleek te groot en volgens Piet Bakker, hoofddocent Communciatiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam, maakte DAG de fout te royaal met het budget om te springen. Ze waren teveel ‘geobsedeerd door kwaliteit en design’.
Het uitgesproken design van DAG viel inderdaad op. Overgewaaid uit Amerika, waar men al langer over de ‘Daily Magazine’ grapt, huurt de Nederlandse krant ook steeds vaker een magazine-ontwerper in. Deze ontwerpers zijn meer ervaren in het gebruik van kleur, fotografie en aantrekkelijke typografie. DAG koos net als nrc.next voor een prominente functie van beeld. Grote, soms spreadvullende foto’s die hun eigen verhaal vertellen en niet ondergeschikt zijn aan tekst. Dit om aan de behoefte van de visueel geletterde lezer tegemoet te komen.
Ook de artikelen zelf zijn aan het veranderen. Kort en prikkelend zijn de kernwoorden. Anders haakt de lezer te snel af, want men heeft weinig tijd. De lezer wil bovendien ook comfort. Het gehannes met grote vellen krantenpapier is inmiddels bijna verleden tijd. Het eerst zo ordinaire tabloidformaat is nu juist chique en hip. Op het moment dat de Berlinerpers ook op Nederlandse bodem staat, zal geen enkele krant met goed fatsoen meer kunnen verdedigen waarom hij niet wat handiger, kleiner en compacter is.
Kwaliteit van een krant werd vroeger afgemeten aan lettertekens, nu zijn het eerder de overzichtelijkheid en de fotografie die de kwaliteit bepalen. Het aantal woorden van de hoofdteksten is aanzienlijk verminderd. Dit om hiërarchie en routing te vergemakkelijken. De zogenaamde samengestelde artikelen – eveneens een uitvinding van de bladenmakers – helpen daarbij. Het FD is hier zeer bedreven in. Ze maken gebruik van drie- of vierregelige koppen, infographics, korte samenvattingen, intro’s, pijlen, bullits en kleurvlakken. Overzichtelijker kan bijna niet. De informatie is goed behapbaar en je kan een artikel op verschillende manieren ‘scannen’.
Restylen lijkt een overlevingsstrategie te worden. Het gevaar van inhoudsloze trucjes ligt op de loer. Terlouw: ‘De fundamentele vormgevingsdiscussies zijn verstomd geraakt. Het wordt een soort huiskamertje inrichten. Plaatjes en teksten herschikken zodat de krant weer met de mode meekan.’
Zo kon DAG haar uiterlijke lef inhoudelijk niet waarmaken. De lezer kreeg dezelfde standaard persbureauberichten als de andere gratis kranten voorgeschoteld. De fotocollages gingen een eigen leven leiden, terwijl de redactie niet nadacht over de verhalende kant van de interactie tussen deze beelden.
Dit heeft ook te maken met de kwaliteit van de dagelijkse productie. Journalisten voelen zich soms beperkt door een dwingende opmaak. Ze hebben minder ruimte om hun verhaal kwijt te kunnen en moeten bijvoorbeeld anders met koppen omgaan. Zo hebben zij het niet op school geleerd. De vormgevers aan de andere kant zijn gefrustreerd, omdat ze aan het eind van de dag de teksten binnen krijgen en er amper tijd is om dan nog een goed beeld te zoeken.
Wil een krant in kwaliteit groeien, dan is een integrale aanpak van inhoudelijke journalistieke nieuwsgaring in samenspraak met grafische vormgeving nodig. Om die reden heeft De Morgen de redactie wat opgeschud. Huisman: ‘We wilden los van het stigma dat de vormgever van de kleurtjes is en de eindredacteur van de woorden. Je hebt mensen nodig die dat kunnen overzien. Dat is nieuw.’ Zo worden vormgevers aan een eindredacteur gekoppeld die samen van een aantal pagina’s een mooi geheel moeten maken. Nieuwe functies als ‘visueel eindredacteur’ of ‘journalistiek vormgever’ ontstaan.
Nrc.next opereert op vergelijkbare wijze. De vormgever, fotoredacteur en journalist werken nauw samen om een toegevoegde waarde aan een artikel mee te geven. Fotografie vertelt een eigen verhaal en gaat tegelijkertijd interactie met bijvoorbeeld de kop aan. In tegenstelling tot de beelden in DAG ontstaat hier een spannend samenspel.
Deze werkwijze blijkt succesvol. Beide kranten doen het relatief goed. Wat mij wel blijft verbazen is dat dezelfde energie en kennis die zij in hun papier steken niet wordt toegepast op hun websites. Nrc.next staat bol van de ‘lees verder op’-links. Pijlen die verwijzen naar een plek op internet. De papieren krant als niet interactieve portal. Kijk je echter naar de inbreng van ontwerpers bij de website van hun krant, dan is die vrijwel nihil. ‘Te druk, geen geld, weinig interesse en kennis’, excuses genoeg. Met als gevolg dat de navigatie en uitstraling veel te wensen overlaten.
In dat opzicht heeft Terlouw gelijk. Het lijkt erop dat de focus teveel verschoven is naar mooi design op papier, maar dat de fundamentele discussie zou moeten zijn: hoe zorgen we dat we een inhoudelijk interessante, goed navigeerbare én aantrekkelijke site kunnen maken die eenzelfde meerwaarde kan bieden als papier?
Veel te winnen dus. Kranten zitten op een goudmijn, ze hebben zeer deskundige en ervaren mensen in dienst die verstand hebben van nieuws brengen. Zeker als er goed gekeken wordt naar wat de jonge doelgroep echt wil en ideeën verder gaan dan ‘iedereen een site met blogs en filmpjes, dus wij ook’.
1 reactie
1. door Paul Schumacher, 14 november 2008, 21:47
Vanaf de plek wil Geertje Röling feliciteren met het behalen van de Scriptieprijs De Journalist.
Eerder heb ik haar zeer lijvig werkstuk (63 pagina’s) gelezen en daaruit komt een ander beeld over DAG naar voren dan in afgedrukt artikel. Zo lees ik: ‘... Zo kon DAG haar uiterlijke lef inhoudelijk niet waarmaken…’ en ‘... In tegenstelling tot de beelden in DAG onstaat hier een spannend samenspel…’
Daarmee doet ze de compententie van mijn (ex)-collega’s ernstig tekort. Haar persoonlijke mening wordt als objectieve waarneming gebracht. DAG was een zeer goed gemaakte journalistiek product, met eígen verhalen én content uit de Volkskrant. In DAG stonden veruit de minste persbureauberichten vergeleken met de andere aanbieders van gratis dagbladen.
Voorts wordt slechts gesproken over DAG vóór februari van dit jaar. Na deze tijd is er een restyling geweest vanwege een herprofilering van DAG (van MBO+ naar HBO+). Juist daarom gaat haar vergelijkig tussen DAG en nrc•next mank; behalve dat de doelgroepen van beide kranten niet overeen kwamen, was DAG in de eerste plaats een gratis krant, waar nrc•next een betaalde oplage kent. Dat maakt dat appels met peren worden vergeleken. DAG was een economisch product met redactionele content en bij nrc•next is er op z’n minst het omgekeerde aan de hand.
Ondanks de andere uitgangspunten van DAG heeft juíst DAG met beeld zijn innovatieve kracht getoond. Beelden en infographics als artikelen, maar ook beelden mét artikelen in woorden.
Ook de onorthodoxe samenstelling van de beeldredactie (geen expliciete scheiding tussen vormgevers en fotoredacteuren) en de korte overlegstructuren op de redactie tussen sturing en eindredactie zorgden voor een inhoudelijk topproduct.
Jammer dat het afgedrukte artikel niet op enige wijze geactualiseerd is, maar vooral spijtig dat Geertje Röling niet de moeite heeft genomen zich te verdiepen in het restylingsproces van DAG. Met name omdat deze restyling geschiedde in de periode dat ze hierover een scriptie aan het schrijven was.
