Deze site wordt sinds 25-9-2009 niet meer bijgehouden. Voor actuele informatie kunt u terecht op www.villamedia.nl

Achtergronden

Journalistiek uit de collectebus

woensdag 26 augustus 2009

In de Verenigde Staten bestaan er denkrichtingen en publicatiemodellen die ook voor Nederland interessant zouden kunnen zijn. Zo blijkt filantropie in de journalistiek steeds vaker een rol te spelen. Bij ons is rondgaan met de collectebus als vloeken in de kerk. Journalisten moeten oppassen dat ze niet de nieuwe zeehondjes worden, vindt Lou Lichtenberg van het Stimuleringsfonds voor de Pers.

‘Als de krant het niet meer doet, waarom doen we het dan niet zelf?’ Dat, zegt Andrew Donuhue, was ooit het idee achter voiceofsandiego.org. ‘De gedachte: wie zal dat betalen kwam pas later.’

Donuhue, een kalende dertiger, zag tot zijn verontwaardiging dat zijn plaatselijke krant steeds oppervlakkiger werd. Geen kritische noot over de burgemeester, geen vergrootglas op de stadsbegroting, de kwaliteit van de scholen of de hoogte van de belastingen. Alles wat je als geïnteresseerde burger juist zou willen lezen. Dus begon hij met een paar collega-jonge honden de website www.voiceofsandiego.org, om juist dat te bieden waar de krant letterlijk geen brood meer in zag. Met hun gedrevenheid kwam ook het geld, uit fondsen, stichtingen en donaties. En nu na vier jaar ook voorzichtig uit advertenties. De site is inmiddels de belangrijkste onafhankelijke nieuwsvoorziening in San Diego, Californië. En daar willen adverteerders zich wel aan verbinden.

Voiceofsandiego.org is maar één voorbeeld hoe in barre tijden inventieve journalisten in de VS hun professie overeind houden. Amerika is wel vaker ons voorland gebleken en wellicht ook wel op dit vlak. Want wereldwijd moet de (kwaliteits)journalistiek qua distributiemiddel verder kijken dan drukpers en ether, en qua financiering creatiever worden dan abonnementsgeld en advertentietarief.

De crisis van het heersende journalistieke model is in de VS dieper dan in Nederland. De eerste eerbiedwaardige kranten zijn al omgevallen en de publieke omroep is er altijd een kleine speler geweest. Toch, wie inzoomt vallen ook de nieuwe initiatieven op.

Noodgedwongen? Misschien. Beter dan magazine en avondnieuws? Dat is aan de lezer en kijker. Winstgevend als ooit de krant? Nee, nog niet en misschien wel nooit. Maar er zitten denkrichtingen en publicatiemodellen tussen die ook in het Nederlandse nieuwslandschap interessant kunnen zijn. En steeds vaker speelt filantropie een doorslaggevende rol.

Sinds 2005 doneerden ruim 180 landelijke, lokale en familiefondsen bijna 130 miljoen dollar aan journalistieke initiatieven. Dat becijferde het J-Lab, een onderdeel van American University in Washington DC begin juni. Het rapport waarin de cijfers stonden kwam zelf ook tot stand met een gift van een familiefonds.

Daar gaat je veelgeprezen onafhankelijkheid, zeggen journalisten in Europa al snel. Wie bijt de hand die hem voedt? En worden journalisten, als de nieuwe zeehondenjongen, zo niet afhankelijk van het spreekwoordelijke tere hart van de rijke industrieel? Volgens Donuhue is dat niet zo. Kijk je naar zijn lijst met donateurs, dan kan je van drie tientjes tot drie ton terecht bij voiceofsandiego.org. ‘Wij doen wat andere media niet doen. Dat maakt ons interessant, inmiddels ook voor adverteerders. Voiceofsandiego.org biedt iedere dag 70.000 kritische lezers. Vind je ons niks, even goede vrienden.’

Het is in Amerika heel gewoon om geld weg te geven. Niet alleen aan het dierenasiel, ook aan journalistieke initiatieven. Associated Press startte al in 1846 als bureau-zonder-winstoogmerk dat journalistieke inhoud onder zoveel mogelijk kranten wilde verspreiden. CIR, CPI, ICIJ, FIJ, IRW, NECIR (hoeveel non-descripte afkortingen waarachter een op kwaliteit gericht journalistiek initiatief schuilgaat wilt u hebben?), ze zouden er niet zijn zonder familiefondsen, stichtingen ter herinnering aan, en particuliere donaties. Wat nu echter opvalt is de snelheid waarmee ze uit de grond schieten en de impact van hun werk.

Verplaats de blik van California naar de zuidpunt van Manhattan. Aan Broadway, twee blokken van Battery Park huist Pro Publica. Een redactie van 32 meest jonge journalisten (maar gevestigde namen blijven toetreden, ‘as we speak’!) onderzoekt er de overheid en het bedrijfsleven. Per verhaal wordt het ideale publicatiekanaal gezocht, en dat kan het krijgen. Letterlijk voor nop, alleen met bronvermelding. Daarna verschijnt het uitgebreid op de website van Pro Publica. Sinds het kantoor anderhalf jaar geleden startte is het een nieuwsfactor van belang geworden. Een soort ANP voor onderzoeksverhalen, maar dan zonder abonnement. Welke gekke Gerritje trok de portemonnee met voor drie jaar zo’n tien miljoen dollar erin? Een aantal fondsen en stichtingen.

Het Center for Public Integrity in Washington draait al twintig jaar op fondsen en donoren. Het onderzocht in de loop der jaren de declaratiecultuur van senatoren en congresleden, pluist minutieus de financiering van verkiezingscampagnes uit en buigt zich momenteel tot in detail over de oorzaken van de kredietcrisis. Omvangrijke journalistieke projecten die geen krant of tv meer op zich neemt. Maar de resultaten willen die traditionele media wel allemaal hebben. En dat kan nu. Sinds vorige maand geeft persbureau Associated Press de verhalen van het Center – enkel en alleen tegen bronvermelding – door aan de 1500 aangesloten nieuwsorganisaties wereldwijd. Samen met de verhalen van Pro Publica en twee andere journalistieke non-profit organisaties. ‘Het is nog een proef, maar een met potentie’, zegt directeur Bill Buzenberg van het Center. Want hoe werkt het? ‘De winst voor AP is een completer aanbod zonder meer kosten, er staan nu immers nog meer diepgravende verhalen op hun net. De winst voor de aangesloten media is meer inhoud voor dezelfde prijs. En de winst voor ons? Meer mensen krijgen toegang tot onze verhalen.’ En dat is dan weer belangrijk voor zijn donateurs, geeft hij glimlachend toe.

De belangstelling voor nieuws, achtergronden en context is groter dan ooit, zegt David Boardman, hoofdredacteur van The Seattle Times. ‘We hebben geen lezersprobleem. In 24 van de 25 grootste steden in Amerika is de best bezochte website die van de lokale krant. We hebben een winstprobleem, dat vinden tenminste de uitgevers. Maar de tijden van 20 procent winst op de papieren krant zijn over. En hoe we geld kunnen verdienen op internet, weten we nog steeds niet.’

Dat moet eens goed onderzocht worden, zeggen Boardman, Busenberg en Donohue in koor. Nieuwe journalistieke platforms moeten getest worden op internet, en we moeten uitproberen hoe journalistieke inhoud geld op kan leveren in cyberspace. Maar ja, in deze tijden is voor dat soort onderzoek geen geld, is de verzuchting. Dat nu, is niet waar. Want er zijn altijd nog… de fondsen. Een maand geleden kondigde de James L. and John S. Knight Foundation aan 15 miljoen dollar op zij te zetten voor innovatieve ideeën op dit vlak. Het fonds van de voormalige krantenmoguls bekostigt de volgende stap van de journalistiek. En zo is de cirkel weer rond.

Amerikanen zouden geen Amerikanen zijn als ze geen gouden randje aan iedere onweerswolk zien. Op 17 maart 2009 werd Boardmans stad een ‘one paper town’, toen de Seattle Post Intelligencer (PI) na 146 jaar ophield op papier te verschijnen. ‘Een klap voor de stad, ja. Gelukkig kopen veel voormalige PI-lezers nu The Seattle Times. En ze lezen de ingedikte PI op internet. We weten niet hoe lang de krant überhaupt nog letterlijk in de brievenbus valt. Maar de journalistiek gaat nooit verloren. Al moeten we er voor rond met de collectebus.’

Margo Smit is directeur van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten.

Fondsen in Nederland

In journalistiek Nederland is rondgaan met de collectebus als vloeken in de kerk. Het aanbod is daar ook naar. Van de 690 fondsen in het Fondsenboek 2009 vallen er maar drie onder de zoekterm ‘journalistiek’. Twee faciliteren niches in het vak (de Stichting Lucas-Ooms Fonds voor tijdschriftenjournalistiek en de Stichting Nederlands Toneelverbond die denken en schrijven over toneel wil bevorderen) en de derde is het beroemde Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten (BJP).

Het FondsBJP doet aan (voor)financiering van journalistieke projecten van individuele journalisten, maar zal geen voorstel van een redactie honoreren. Dat kan niet volgens de statuten, hoe jammer ook, zei directeur Geke van der Wal onlangs op de website van De Nieuwe Reporter. Laat staan dat het fonds aan de wieg van een nieuwe journalistiek platform zou kunnen staan.

Potentiële Nederlandse oprichters van de ‘stemvanzuidlaren.org’ of een ‘Pro Publica Nederland’ zullen dus andere kanonnen moeten inzetten om aan de benodigde financiën te komen. Meest in het oog springen dan de Stichting Democratie en Media (voorheen Stichting Het Parool) en het Stimuleringsfonds voor de Pers. Beide willen met leningen en subsidies aan vele, zeer uiteenlopende projecten en instellingen de pluriformiteit van de pers waarborgen.

Journalisten moeten oppassen dat ze niet de nieuwe zeehondjes worden, vindt Lou Lichtenberg van het Stimuleringsfonds. ‘Tijgers moeten ze kunnen blijven!’ Zijn Stimuleringsfonds opereert onafhankelijk van de overheid, die wel de middelen fourneert. ‘We hebben het ongekend druk deze dagen’, zegt Lichtenberg. ‘In Nederland wordt bij dit soort zaken altijd eerst naar de overheid gekeken. Zelfs kranten vragen nu om steun. Maar in een tijd waarin de overheid steeds meer taken laat liggen, komen particuliere fondsen en stichtingen wel in toenemende mate in beeld.’

Ze worden hier alleen nog veelal met wantrouwen bekeken. Om een simpele reden, volgens Lichtenberg. ‘We hebben in de journalistiek tot nu toe de verkeerde voorbeelden van filantropen gehad: mensen stelden via een fonds geld ter beschikking van journalisten, maar vooral om hun eigen imago te verbeteren. Dat gaat wel ten koste van de onafhankelijkheid van het ontvangende medium.’

Lichtenberg ziet nog een ander verschil met de VS. ‘Daar wordt de staat per definitie gezien als de ¬vijand, die met zijn vingers uit de journalistiek moet blijven. Wij hebben een andere relatie met de overheid: die is van ons en staat niet op afstand. Dus zullen we bij belangrijke voorzieningen als het in stand houden van de onafhankelijke pers toch altijd eerst naar de overheid kijken.’

Een overzicht van alle fondsen verschijnt eind dit jaar op de website van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten:

Auteur: Margo Smit
Tags: fonds, onderzoek, verenigde staten

Zoek in Achtergronden