Achtergronden
Heeft gratis op internet zijn langste tijd gehad?
woensdag 26 augustus 2009
Voor nieuwe media-gelovers is het vloeken in de kerk. Betalen voor content op internet. Toch lijkt het er van te komen. Omdat het technisch kan en vooral omdat het economisch noodzakelijk is.
Niet alle media zullen het voorbeeld van The Newport Daily News in de Verenigde Staten volgen. De krant online lezen is daar sinds een paar weken duurder dan een abonnement op het gedrukte en thuisbezorgde exemplaar. Waarom? ‘Omdat we willen dat mensen onze krant thuis lezen en niemand ons kan uitleggen hoe we geld verdienen door de inhoud weg te geven via de website, zegt uitgever Albert K. Sherman, Jr. in interviews.
De discussie over betalen voor inhoud op internet is terug van weggeweest. Tijdens een conferentie van 16 tot 19 augustus in het Amerikaanse Aspen (het Forum on Communications and Society) was er meer aandacht voor betaalde varianten dan voor gratis initiatieven.
Gordon Crovitz, oud uitgever van The Wall Street Journal, vertelde dat al vijfhonderd kranten interesse hebben om via zijn startende bedrijf Journalism Online LLC geld te gaan vragen aan website bezoekers. Crovitz gokt er op dat 5 tot 10 procent van de bezoekers bereid is voor extra’s te betalen en dat daarmee de verder gratis sites gefinancierd kunnen worden. De uitgever ontmoette in Aspen vooral ongeloof. Dat nam toe toen hij weigerde namen te noemen van uitgevers die interesse hebben. In de dagen gaven enkele grote Amerikaanse uitgevers aan in elk geval niet in gesprek te zijn met Crovitz.
Toch staat hij niet alleen in zijn opvatting dat helemaal gratis voorbij is. De internationale mediamagnaat Rupert Murdoch kondigde onlangs aan volgend jaar ook in Engeland geld te gaan vragen voor zijn websites. In Nederland zijn de voorbeelden van mediabedrijven die het volledig gratis model willen afzweren ook makkelijk te vinden. Wegener werkt bij alle regionale dagblad¬titels aan betaalde diensten, De Telegraaf studeert op betaalmogelijkheden.
Andere uitgevers, zoals Elsevier en De Persgroep (Parool en AD) zijn nooit begonnen aan het weggeven van hun beste stukken. Topman Christan van Thillo van De Persgroep schreef in het jaarverslag van zijn onderneming recent dat ‘gratis geen businessmodel is’. Elsevier heeft weliswaar een succesvolle website, maar plaatst daarop niet de artikelen uit het tijdschrift. Liever minder gelezen en wel winstgevend, dan andersom.
De discussie over het einde van gratis valt niet geheel toevallig samen met de huidige economische recessie. Tot voor kort hoopten mediabedrijven dat advertenties op internet het verlies aan inkomsten aan de printkant (deels) konden goedmaken. Dat verhaal gaat definitief niet op. Tijdens de recessie kelderden de internetbestedingen ook, misschien niet zo hard als de reclame-uitgaven in print, maar zelfs Google heeft last van de recessie. Uitgevers kunnen het zich simpelweg niet meer veroorloven hun spullen weg te geven. De crisis dwingt ze tot de keus: stoppen of geld vragen.
En dus gaan ze experimenteren met betaald. Mediabedrijven kijken vooral naar gemengde modellen. Je geeft wat weg en je vraagt op een gegeven moment geld. In zijn recent verschenen boek ‘Free’ verkent auteur Chris Anderson de grenzen daarvan. Hij betoogt aan de ene kant dat bedrijven veel meer kunnen weggeven dat ze nu denken. De kosten per product zijn op internet vaak te verwaarlozen en dus kan de prijs omlaag richting, of zelfs tot gratis, redeneert Anderson. Aan de andere kant beschrijft hij ook dat het uiteindelijk de adverteerder of een deel van de gebruikers is die de rekening betalen. Zelfs Anderson gelooft er niet in dat alles gratis is.
De grote vraag is nog wel of geld vragen voor informatie via internet werkt? Belangrijker dan hoeveel bezoekers bereid zijn te betalen lijkt de discussie waarvoor trekken consumenten of bedrijven hun portemonnee? Een concreet antwoord daarop wordt nog zelden gegeven door mediabedrijven. Zowel Murdoch en in Nederland Wegener en De Telegraaf doen daar nog wat vaag over. Het moet in elk geval informatie zijn die niet elders al gratis te vinden is. Nieuws wordt daarmee geen betaalde dienst. Dat verspreidt zich te snel en vooral gratis over het net.
Twee andere problemen die betalen via het net in de weg staan, lijken inmiddels te zijn weggenomen. Er zijn voldoende systemen om kleine of grotere bedragen simpel af te rekenen en het optreden tegen ongeoorloofd kopiëren wordt ook makkelijker, met de strijd van Trouw tegen misbruik van zijn artikelen als lichtend voorbeeld. Die krant heeft inmiddels voor ruim een ton aan rekeningen verstuurd aan websites die het auteursrecht van Trouw schenden. Overigens plaatst Trouw wel bijna alles uit de krant gratis op internet in de hoop daar uiteindelijk ook finan¬cieel wijzer van te worden.
De ‘oude garde’ van de nieuwe wereld heeft er een hard hoofd in of betalen voor journalistiek op het net allemaal zo makkelijk gaat. Jeff Jarvis, mediadocent in New York en auteur van ‘What Would Google Do?’, kan zich er geen voorstelling van maken dat het internet deels op slot gaat.
Hij presenteerde in Aspen zijn eigen ideeën over nieuwe verdienmodellen voor de media in de vorm van een fictief plan. Samen met studenten heeft hij uitgerekend dat als een flinke stad in de Verenigde Staten geen lokale krant meer heeft een netwerk van gratis individuele websites prima geld kan verdienen. En kan voorzien in de informatiebehoefte van de inwoners.
In zijn beleving moet alle informatie direct online en wel gratis. Want een artikel online zetten is pas het begin van het productieproces en niet het einde. Gebruikers van de site gaan vervolgens reageren en het verhaal aanpassen. Dat maakt het verhaal beter en levert internetverkeer op. Dat vormt dan weer de basis voor het aanbieden van andere diensten en uiteindelijk winst. Jarvis denkt daarbij aan het verkopen van bijvoobreeld wijn of reizen en het bieden van allerlei voordeeltjes. Functies die eerder door de krant werden vervuld, maar in zijn visie worden (en vaak al zijn) die taken overgenomen door websites.
Wie zich voor dat proces afsluit, door artikelen niet of alleen tegen betaling online te zetten, sluit zich af voor de toekomst, meent Jarvis. Een krant of tijdschrift dat internet niet gebruikt voor de distributie van zijn informatie is ten dode opgeschreven, meent hij. De docent mag graag Stewart Brand aanhalen, die in 1984 op de eerste conferentie van computerhackers zei ‘informatie wil gratis zijn’. In Aspen herinnerde de oud-uitgever van The Wall Street Journal, Gordon Crovitz, de aanwezigen er aan, dat Brand wel iets vooraf liet gaan aan die opmerking, namelijk: ‘informatie wil ook duur zijn’.
1 reactie
1. door Hendrik-Jan de Wit, 26 augustus 2009, 10:15
Vorige week nog riep Chris Bellekom op zijn weblog op om het AD te boycotten: http://chrisbellekom.blogspot.com/2009/08/waarom-ik-het-ad-groene-hart-niet-koop.html
