Deze site wordt sinds 25-9-2009 niet meer bijgehouden. Voor actuele informatie kunt u terecht op www.villamedia.nl

Achtergronden

Connie Palmen over de krant als meneer

woensdag 3 juni 2009

Kwaliteitsmedia moeten zich met kracht onttrekken aan de populariteitsdrang, vindt schrijfster Connie Palmen. ‘Als je meegaat met de behoefte van de massa, verlies je het altijd.’

Op de eerste pagina van haar debuutroman ‘De wetten’ beschrijft Connie Palmen hoe de ik-figuur met nieuws omgaat: ‘Kranten lees ik nooit, ik blader er wat doorheen. Echt nieuws heeft genoeg aan de koppen en de geschiedenis van het nieuws is altijd oud en welbekend.’ Anno 2009 zegt de schrijfster: ‘Als er ergens 31 doden vallen, heb ik genoeg aan dat feit. Ik hoef niet te weten wat de meningen en ficties van anderen zijn.’

Bestaat er volgens u zoiets als de objectieve journalistieke waarheid?
‘Een waarheid is altijd fictie, een feit kun je empirisch vaststellen. 31 doden is een feit. Maar als je wilt verklaren wie de schuldige is en waarom hij het deed, wordt het fictie. Een journalist ontkomt er niet aan om fictie te schrijven. Dat is niet erg, maar je kunt lezers wel sensitief maken voor het onderscheid tussen feit en interpretatie.’

Hoe is de journalistiek eraan toe?
‘De krant is allang geen meneer meer. Hetzelfde geldt voor de weekbladen. Het stuit me tegen de borst dat ze zo overduidelijk een poging doen om het grote publiek te behagen, maar misschien ben ik sowieso afkerig van actualiteit, de jacht op nieuws, het meedeinen met de mode, de waan van de dag . Concessies aan een heersende mode komt op mij over als een gebrek aan eergevoel. Vrij Nederland laat schrijver Kluun een artikel maken over “De literaire zoo” terwijl een eminent muziekcriticus als Elmer Schönberger zijn plek in dat blad kwijt is. Op zo’n moment verlies ik al mijn achting voor de redactie van VN. Dat is buigen voor het populisme.’

Wat zouden kranten en opiniebladen volgens u moeten doen?
‘De durf hebben om zich te richten op een kleiner publiek dat dan groter blijkt dan je denkt. Als je meegaat met de behoefte van de massa, verlies je het altijd. De nadruk moet weer op kwaliteit liggen. Nu geeft iedereen toe aan die enorme populariteitsdwang. Terwijl ik denk dat er wel degelijk een grote groep hoger opgeleiden is die behoefte heeft aan een hoogstaand blad. Alleen moet je ze geen Kluun voorschotelen.’

Is het niet paradoxaal dat u, met name rondom de verschijning van uw debuut, zelf een soort schrijvend popidool werd?
‘Ik bemoei me nooit met de publiciteit van mijn romans. Misschien hebben de media mij wel gemaakt in plaats van andersom. Roem is een boeiend fenomeen. Er ontstaat een beeld van jezelf dat je niet direct kunt beïnvloeden, zoals je dat in een persoonlijke relatie wél kunt. In het openbaar draait het om de aanstellerige buitenkant van Connie Palmen, terwijl ik mijn roem juist heb vergaard dankzij studie en ascese. Die wetenschap maakt dat ik alles in de media met argwaan bekijk.’

Op het Boekenbal zei u over schrijvers als Saskia Noort en Kluun dat het nietsnutten zijn die zich weg moeten scheren uit het land van de literatuur.
‘Ja, het NOS Journaal had die uitspraak op een akelige manier uit een langer antwoord gesneden. Want ik heb ook gezegd dat ik geen enkele moeite heb met het succes van thrillers. Het is alleen geen literatuur en de kwalificatie ‘literair’ is dus misleidend. Neemt niet weg dat ik die uitspraak betreur.’

Saskia Noort vroeg om een debat. Dat werd gevoerd in De Wereld Draait Door. Waarom ging u in op haar verzoek?
‘Kwestie van eer en uit beschermingsdrift. Ik vind dat ik de literatuur moet beschermen. Ik kwam tot de tanden bewapend naar de studio, geharnast als een ridder, toegerust met zwaar geschut. Tegenover me trof ik twee muisjes: Saskia Noort en Hugo Borst. Dan bind ik in, uit deernis.’

Leest u de kritieken over uw werk?
‘Ik lees alles. Maar als maker ben je altijd ontevreden over recensies, hoe intelligent de criticus ook is. Want zelfs een heel goede recensent haalt niet uit een boek wat jij er in hebt gestopt. Op het moment dat recensies verschijnen, hang je zelf nog in dat netwerk waar alles met elkaar samenhangt en waarvan de roman de resultante is.’

Spelen de critici het spel volgens eerlijke regels?
‘De meeste critici wel. Jeroen Vullings van VN heeft een duidelijk idee van de eisen waaraan een roman moet voldoen. Elk boek toetst hij daaraan. Hetzelfde geldt voor Kees ’t Hart die voor De Groene schrijft. Het is jammer dat Carel Peeters geen literatuur meer recenseert. Een bewonderenswaardig criticus, iemand die veel gelezen heeft en zijn oordeel over literatuur heeft gegrond in de vrienden van de literatuur: de filosofie, psychologie, esthetica en andere disciplines die daar omheen cirkelen.’

Is de literaire journalistiek in Nederland dan misschien nog wel een beetje een meneer?
‘Ja, die is van redelijk niveau. Maar de boekenbijlage van de Volkskrant had natuurlijk nooit mogen verdwijnen. Dat is echt vreselijk.’

Connie Palmen over…

NOS Journaal: ‘De groeiende joligheid en soapachtige manier waarop het nieuws wordt gebracht is één grote kniebuiging voor ‘de markt’, zoals dat in jargon heet.’
Kranten: ‘Ik kan me goed voorstellen dat mensen van kranten houden, van het gezelschap van de krant, van het verse nieuws. Maar zelf heb ik er niets mee. Als ik ’s ochtends wakker word, pak ik een boek.’
Internet: ‘Op dat gebied ben ik een volstrekte onbenul. Ik heb geen enkele bekendheid met fenomenen als twitteren of GeenStijl.’
Arjan Peters, literatuurcriticus van de Volkskrant: ‘Volkomen onbetrouwbaar. Als je voor geld in het ene blad een lovende en in het andere een vernietigende kritiek over een en hetzelfde boek schrijft, heb je als criticus voor altijd afgedaan. Dat neem ik hem niet kwalijk, maar wel de Volkskrant.’
Hollands Diep: ‘Een mooi blad waarin ruimte is voor culturele verdieping.’
Hans van Mierlo: ‘Alleen in het weekend lees ik deels de krant. Mijn man legt de bijlagen over kunst en literatuur voor me klaar.

Auteur: Raymond Krul
Tags: dagblad, discussie, kwaliteit

Zoek in Achtergronden